Designed By Goedhart Reklame Powered By CMSimple
Welkom > Vijf Eeuwen Immigratie

Vijf Eeuwen Immigratie

Nederland en Immigratie sinds 16e eeuw


De komst van migranten naar Nederland is geen recent verschijnsel, er zijn altijd migranten gearriveerd om verschillende redenen. Samengevat is immigratie niet nieuw en heeft het aantoonbaar gezorgd voor economische bloei. De migratie tot aan de jaren 1960 is met name die van Europeanen en rijksgenoten geweest. Daarna is er de vrij massale komst geweest van immigranten uit andere continenten met een sterker afwijkende religieuze en culturele identiteit. Maar de geschiedenis leert dat ook de angst voor immigratie en immigranten een oud verschijnsel is. De negatieve beeldvorming rond Duitse migranten in de 19e eeuw verschilt niet veel van de negatieve houding tegenover en de angst voor moslims nu.

 

Omdat de migratie vanaf de 16 eeuw sterk bepalend is geweest voor Nederland en omdat het voor veel migranten een keerpunt is in hun geschiedenis is 1492 een goed startpunt.

 

Hiermee is 1492 een jaar waarin de Moren zich terug moesten trekken in Noord-Afrika en de Joden moesten vluchtten. Een deel van de Joodse gemeenschap vluchtte mee met de Moren naar ondermeer Marokko.  Anderen vluchtten naar Portugal, maar ook hier begon de inquisitie en vluchtten veel joden naar het noorden van Europa. In de loop van de 16e eeuw kwamen veel Portugese joden terecht via Antwerpen in Middelburg en Amsterdam, de twee afmeersteden van de VOC. Ze zijn een voorbeeld van bepalende en belangrijke immigranten in cultureel en economisch opzicht.

 

De Gouden Eeuw, wat eigenlijk een periode bestrijkt vanaf de 16e eeuw tot en met de 17e eeuw., was zonder immigratie nooit succesvol of realiseerbaar geweest. Voorstanders van immigratie halen deze periode dan ook graag aan om hun gelijk te bewijzen.

Amsterdam is het meest aansprekende voorbeeld van de florerende Noordelijke Nederlanden. Rond 1500 had Amsterdam ruim 10.000 inwoners, maar was daarmee niet de grootste stad vanhet graafschap Holland. Evenmin was het de belangrijkste handelsstad van de Noordelijke Nederlanden, dat was Kampen.

 

Rond 1540 werd door druk van Karel V de Sont voor Hollandse en Zeeuwse schepen opengesteld en werd het tolrecht van Dordrecht nagenoeg afgeschaft. Hierdoor brak vanaf die tijd een periode van ongekende handelsgroei aan in Amsterdam. Immigratie betekende toen echter iets anders als nu. In de registers van Amsterdam werden jongemannen uit plaatsen als Diemen of Amstelveen als immigrant vermeld. In die periode kwam slechts een kleine minderheid van buiten de Nederlandse grenzen.

 

Amsterdam verdrievoudigde haar bewonerstal in een halve eeuw tijd, met name door immigratie. In de loop van de 17e eeuw kwamen er aanvankelijk veel immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden. Dit werd ingegeven door de Spaanse koning Filips II die de opstand onder leiding van Willem van Oranje wilde neerslaan. Dit is echter niet gebeurd en met name de relatief welgestelde en onafhankelijk protestanten vluchtten naar Zeeland en Holland. Naast de joodse immigranten waren de protestanten eveneens bepalend voor de verder ontwikkeling van de cultuur en economie.

 

Halfweg de 17e eeuw had Amsterdam zo’n 200.000 inwoners, in anderhalve eeuw was de bevoking bijna twintig keer zo omvangrijk geworden. Veel immigranten kwamen af op de succesverhalen over de vaart naar de Oost met de VOC maar ook die van de handelsvaart naar Polen en de Baltische staten. De VOC had twee afmeersteden : Amsterdam en Middelburg, waar eveneens een enorme economische ontwikkeling had plaatsgevonden en waar een sterke immigratie was. Van alle mensen die in de 17e en 18e eeuw naar Amsterdam emigreerden, gingen er een miljoen scheep naar de Oost. Van hen kwamen er 200.000 terug, de overige 800.000 werden als emigrant afgeboekt. Daarmee was Amsterdam niet alleen de grootste immigratie- maar ook de grootste emigratiestad.

 

Aan het einde van de 17e eeuw woonden er in de Zeven Verenigde Provincien twee miljoen mensen. In Engeland vijf miljoen en in Frankrijk zelfs tien miljoen. Zonder immigranten hadden de Nederlanden nooit zo’n grote rol kunnen spelen op het wereldtoneel naast de Engelsen, Spanjaarden, Fransen en Portugezen.

 

Na het einde van de Republiek der Zeven Verenigde Provincien en de vorming van de Bataafse Republiek is de immigratie naar Nederland tot aan de tweede wereldoorlog niet noemenswaardig te noemen. De omliggende landen hadden een nagenoeg gelijkwaardige economie als Nederland en vervolgingen ware nook niet meer van grote omvang. Ook ontwikkelde de Verenigde Staten zich in de 19e eeuw tot het immigratieland bij uitstek.

 

Aan het begin van de 20e eeuw waren het Poolse, Duitse en Italiaanse migranten die kwamen werken in de Nederlandse mijnen. De econmische crisis in de jaren 1930 maakte dat deze migranten het land weer moesten verlaten. Tijdens de eerste wereldoorlog, toen de neutraliteit van Nederland wel door de Duitsers werd gerespecteerd, vluchtten honderdduizenden Belgen naar Nederland. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog gingen zij weer terug.

 

Na de Reichskristallnacht op 9 november 1938 vroegen vijftigduizend Duits-Joodse vluchtelingen asiel aan in Nederland. Het cabinet Colijn liet er zevenduizend toe, de rest liet ze aan de grens staan. Deze onwaarschijnlijk wrede beslissing maakt het tot op de dag van vandaag voor sommigen onmogelijk om mensen de toegang tot Nederland te weigeren.

 

Nadat Nederland Indonesie verloor als Koloniaal gebied en het land een onafhankelijke staat werd, kwamen er in de jaren 1950 zo’n 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland. Deels waren dit zogenaamde Indo’s, mensen van gemengd Nederlandse en Indische afkomst. Hun integratie is zodanig verlopen dat ze niet als probleemgroep werden gezien of behandeld. Ze hadden dezelfde christelijke achtergrond en deelde de Nederlandse taal. Ook voor de ruim 12.000 Molukkers ging dit op maar hun streven was een onafhankelijke staat in het voormalig Nederlands-Indie. Ze gingen er van uit dat hun verblijf in Nederland tijdelijk was. Hiertoe hebben de Molukkers de Nederlandse regering gevraagd te helpen dit te realiseren maar daar is de regering nooit in mee gegaan.

 

 Uiteindelijk liepen de spanningen hierdoor zo hoog dat Molukse jongeren in de jaren 1970 treinen kaapten en een basisschool, hierbij vielen enkel doden onder de gijzelaars. Na deze fase is het idée van een onafhankelijke staat gaan liggen en realiseerden de Molukse gemeenschap dat hun verblijf permanent was.

De periode vanaf 1960 toen Nederland actief migranten ging werven is bepalend voor de recente ontwikkelingen in Nederland qua demografie en hierbij wordt in dit boek stilgestaan. 

                                      

Daaraan kan worden toegevoegd de onafhankelijkheid van Suriname in 1975.  Surinamers waren tot dat moment onderdeel van het Koninkrijk en enkele honderdduizenden zijn uiteindelijk naar Nederland gekomen sinds 1975. Er zijn schattingen date r globaal evenveel Surinamers in Nederland wonen als in Suriname. De Surinamers kwamen kort na de oliecrisis en het beeindigen van de wervingsovereenkomsten voor migranten met Marokko en Turkije.

 

Hierdoor is het voor veel Surinamers moeilijk geweest een goede sociaalecominische positie te verwerven. Uiteindelijk is dat voor velen wel goed gelukt en sinds einde jaren 1990 trouwen Surinamers vaker met autochtonen dan met landgenoten.

 

 

 

 

 

 

 

 





Submenu

Museum voor Immigratie & Diversiteit