De pessimistische benadering van diversiteit in de samenleving heeft de laatste jaren de overhand gekregen in de publieke opinie. De eenzijdig negatieve perceptie rond migratie en migranten, vertroebelt het zicht op de multiculturele samenleving en de positieve ontwikkelingen ervan. Alle problemen worden op conto geschreven van de migratieproblematiek en veel migranten worden als moeilijk integreerbaar en als een etnische onderklasse beschouwd, maar is dat terecht?
Om met het laatste te beginnen: doorgaans wordt het bestaan van een onderklasse gedefinieerd vanuit het modale denken binnen de Nederlandse normen en waarden. Vanuit dit perspectief is er een groeiende groep zowel allochtonen als autochtonen, die werkloos raakt, er niet meer bij hoort en de maatschappelijke draad kwijt is. De onderklasse in Nederland is derhalve niet door de etnische herkomst bepaald, maar door de sociale en culturele identiteit.
Lees samenvatting oratie prof. dr. Halleh Ghorashi: Paradoxen van culturele erkenning
Niet alle migranten komen uit een achterstandspositie. Er zijn er genoeg die het gemaakt hebben; hoogopgeleid met een goede baan en toekomstperspectieven. Ook bij deze klasse is niet de etnische, maar de sociale herkomst vaak bepalend.
Een nationaal saamhorigheidsgevoel kan alleen gekweekt worden wanneer zich een mentaliteitsverandering voordoet: Nederland erkent een immigratieland te zijn en ontwikkelt adequate programma's voor nieuwkomers, zoals dat gebeurt in de VS en Canada. Wie de diversiteit in de samenleving accepteert, moet normen en waarden herschikken. De demografische ontwikkelingen gaan sneller dan het formuleren van een antwoord op de veranderingen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen.
Divrsiteit in de samenleving kent hobbels, maar om een goed resultaat te bereiken moet vriend van vijand onderscheiden worden. De vraag is echter hoe de Nederlandse samenleving gebruik kan maken van de etnische infrastructuur om sociaal, economisch, politiek en cultureel het beste uit het multiculturele Nederland te halen en in te zetten ten gunste van positieve ontwikkelingen. Sport is bijvoorbeeld een terrein waar dit uitstekend werkt. De goede prestaties van de nieuwkomers onder de Nederlandse vlag maken iedereen trots. Daar hoor je de sceptici niet over. De diversiteit in Nederland moet als een toegevoegde waarde gezien worden en niet als een bedreiging. De dragers van de toekomst, de jongeren, zijn de volwaardige burgers van morgen. Zij nemen hun eigen plaats in en van daaruit nemen zij deel aan de samenleving. Integratie kost tijd, maar het proces is onomkeerbaar. Er is nog veel nodig, maar één ding niet: pessimisme.
Het Betoog, uit de Volkskrant van 14 oktober 2006